| Geschreven door Aline Mateboer, Op 19-04-2010 13:29 |
|
|
Wat bezielt iemand met een drukke baan om bijna honderden trainingskilometers te lopen, z’n sociale leven aan de nagel te hangen en als een halve asceet te gaan leven. En dat alles omdat ik me voorgenomen had de marathon van NY te lopen dit jaar!!
Tijdens de trainingsperiode heb ik mijn hele lichaam gevoeld, m’n heupen, m’n knieën, m’n kuiten, kapotte voeten en tenen, m’n armen, hoofdpijn, maagpijn, buikpijn, misselijkheid, spieren en pezen gevoeld, waarvan ik het bestaan niet eens af wist. Altijd maar weer die wekker die om 7 uur op zondagochtend afloopt voor die lange duurloop, waardoor je een deel van de dag op pad bent. Mensen die zelf niet besmet zijn met het hardloopvirus zullen ongetwijfeld denken dat er bij mij een steekje los is; collega langeafstandslopers kunnen zich er waarschijnlijk wel iets bij voorstellen. Wat is dat toch met dat hardlopen? Is het echt een soort verslaving, veroorzaakt door bepaalde stoffen die vrijkomen tijdens inspanning, het zogenaamde ‘runners high’, waardoor ik liefst geen training wil overslaan, hoe moe ik ook ben of hoe slecht het weer ook is? Of is het toch die drang om te weten wanneer je jezelf tegen komt, hoe diep je kunt gaan of om jezelf iets te bewijzen? Ik weet het eigenlijk niet. Het lopen van de New York marathon was voor mij de ultieme uitdaging. Iedereen die ik vertelde dat ik deze marathon ging lopen, verklaarde mij voor gek. Men zei het niet direct, maar men dacht het wel. Ook de trainers van de marathon clinic, waar voor ik me had ingeschreven, hadden hele grote twijfels, te meer omdat ik nog maar een jaar aan hardlopen doe. Ze wilden het toch proberen, maar ik werd er gelijk op gewezen dat ze in zouden grijpen als het niet zou gaan. De eerste training ging tot ieders verbazing goed en ik ging verder, week na week, maand na maand. Ik heb het af en toe heel erg moeilijk gehad en vroeg me zelf ook wel eens af waar ik in godsnaam aan was begonnen, maar mede dankzij de motivatie-kunsten van mijn trainers en de steun van mijn loopmaatjes heb ik volgehouden. Niet alleen moet de voorbereiding van een marathon perfect zijn, ook in de uitvoering mag je geen fouten maken. Te snel beginnen of juist te langzaam, te veel eten of drinken of juist te weinig; allemaal fouten die je kunt maken waardoor het helemaal mis kan gaan. Maar een marathon vereist ook de nodige mentale kracht: je weet van te voren dat het na een kilometer of 30 heel erg pijn gaat doen en in de kilometers daarna alleen nog maar meer pijn. Je benen schreeuwen letterlijk om te stoppen en op dat moment moet je geest nog zo sterk zijn dat je toch doorgaat. Maar als je dan na ruim 42 kilometer over de streep komt, dan komt ook de ontlading. Ik krijg nu nog spontaan kippenvel en een brok in m’n keel als ik terugdenk aan het passeren van die eindstreep, die honderdduizenden mensen, rijen dik langs de straten van NY en in Central Park. En zo komt het dat ik ondanks alles mezelf altijd maar weer tot het uiterste drijf en ik ben bang dat dit zo blijft, totdat de verdere opbouw van mijn conditie de aftakeling van het lichaam niet meer kan compenseren. Maar zover is het hopelijk nog lang niet. Staten Island – Brooklyn – Queens – The Bronx – Manhattan…, here I come! Alle voorbereidingen zitten er op, na vier maanden trainen moet ik er klaar voor zijn, maar ondanks m’n zelfvertrouwen en de wetenschap dat het goed komt, komen er ook steeds weer twijfels. Bovendien staat er veel druk op de ketel, al m’n loopmaatjes hebben twee weken geleden de marathon van Amsterdam uitgelopen, nu Klaas (Osinga) en ik nog in New York. We kunnen niet achterblijven, ik moet die finish halen, al moet het op handen en voeten. Vrijdag zijn Lisa (m’n schoonzusje) en ik aangekomen in NY, we hadden een prachtig appartement van een vriendin van Lisa met uitzicht op de Hudson River en het Vrijheidsbeeld en op loopafstand van Time Square. Nadat we ons hadden geïnstalleerd zijn we naar de Expo gegaan, eveneens op loopafstand, om het startnummer op te halen en alle formaliteiten af te handelen. Het advies is om een dag van te voren niet al te veel doen, maar ik kon het niet laten om toch een bezoekje te brengen aan ’s werelds grootste departmentstore ‘Macy’s, ook gelijk bij ons om de hoek. Geld moet tenslotte rollen… Zaterdagavond zijn we naar de Barilla marathon dinner party geweest op Tavern on the Green in Central Park. Meer dan een half uur in de rij gestaan om binnen te komen. We hadden beter ergens in een leuk restaurant kunnen gaan eten, want wat we voorgeschoteld kregen was niet geweldig. Pasta voor duizenden mensen, het was meer een gaarkeuken maal, maar als je alles van te voren weet… Daarna terug naar ons appartement, niet al te laat naar bed, want de wekker zou de volgende dag om 6 uur afgaan. Op de dag van de waarheid een licht ontbijtje genuttigd en om 7 uur heb ik een taxi genomen naar Battery Park, waar de Staten Island Ferry vertrekt, want ik was om 8 uur ingepland voor de overtocht. Het weer was perfect, een beetje bewolkt, geen wind en zo’n 12 graden. Alles verliep vlekkeloos, ik kwam aan de praat met twee medeloopsters, de ene moest naar het zelfde start vak als ik en had al 8 marathons in de benen. Dus had ik in ieder geval een beetje houvast aan haar, want hoe moest je in deze gigantische mensenmassa de weg vinden? Het was niet echt nodig, want alles was perfect aangegeven en na mijn bagagetas afgegeven te hebben bij een vrachtwagentje van UPS, en een beetje rondgelopen te hebben werd mijn startvak al in diverse talen omgeroepen en moest ik me naar de start begeven. Op het laatste moment nog een keer naar de wc, de oude kleren uit gedaan en langs de kant gegooid, waar het ingezameld zou worden voor goede doelen. Klaas en ik hadden elkaar graag nog even gezien, maar doordat we allebei een andere starttijd hadden, was dit helaas niet mogelijk. Natuurlijk hebben we wel even gebeld om elkaar een hart onder de riem te steken. Het is exact 10.20 uur, starttijd en de zenuwen gieren door m’n keel, want ik weet niet precies wat me te wachten staat, ja 42 km hardlopen door de straten van New York, dat is het enige wat ik weet. Het duurt nog zeker 3 kwartier, tijd die als bruto tijd genoteerd wordt, voor ik de startmat over ga aan het begin van de Verrazano-Narrows Bridge. Ik loop op de bovenste laag en van hieruit heb ik een adembenemend uitzicht over de Harbor en de skyline van Manhattan. Bijna 1,5 km alleen maar klimmen naar het hoogste punt; 75 meter en dan eindelijk weer omlaag. Gelukkig ben je nog fris, anders was dit een kwelling geworden. Dat de echte kwelling nog zou komen, dat kon ik alleen maar vermoeden, het was immers mijn eerste… Het duurt altijd behoorlijk lang voor dat ik mijn goede loop ritme vind en lekker kan lopen. Meestal is dat rond de 10 km en ook deze keer had ik het tot ongeveer het 10 km punt best zwaar. Ik had genoeg gelletjes meegenomen om ieder uur eentje te kunnen nemen. Mijn eerste nam ik dan ook al na het eerste uur om te voorkomen dat het glycogeen in de spieren op zou raken en ik de man met de hamer al voortijdig tegen zou komen. Ik loop inmiddels door Brooklyn en ondertussen kijk je je ogen uit, duizenden en duizenden supporters, zo ver als je kunt kijken. De toeschouwers juichen onvermoeibaar en enthousiast voor iedereen. Hierdoor vergeet je vaak dat je het moeilijk hebt en loop je, voortgestuwd door het publiek, gewoon door. Er waren talloze muziekbandjes (120 volgens het handboekje), een gospelkoor voor de kerk, een orkest van minstens 50 kinderen van de muziekschool, cheerleaders enz. De enige plek waar het een beetje stilletjes is, is in Williamsburg, hier wonen veel etnische groepen, waaronder orthodoxe Joden. Je ziet er een paar langs het parcours staan, allemaal in het zwart gekleed, zwarte hoeden, baarden en pijpenkrullen langs de slapen. Ze staan met de handen in de zakken een beetje ongeïnteresseerd te kijken, of met een blik van ongeloof in de ogen; hoe kunnen mensen zo gek zijn? En dan komt de Queensboro Bridge. Paula Radcliffe, drievoudig winnares in New York, beschouwt deze brug en de eerste meters in Manhattan als het hoogtepunt van de race. Je loopt overdekt en zonder publiek onder de auto’s door. Voor het eerst begin je hier de kilometers te voelen, het vrolijke gebabbel van de eerste wedstrijdhelft verstomt, veel medelopers beginnen te wandelen en ook ik zet halverwege de rem er op. Mijn benen doen even niet meer mee, want deze brug is ‘killing’, bijna 2 km klimmen. Dat lijkt niet zo veel, maar als je al 25 km in de benen hebt zitten, dan is dat niet gemakkelijk. Toch pak ik snel de draad weer op en als ik vanaf de brug First Avenue op loop, lijkt het alsof de hele wereld op je staat te wachten. Desalniettemin zijn het nog steeds zo’n 16 km te gaan, waarvan bijna 6 km op First Avenue. Deze Avenue lijkt redelijk vlak, maar het is allemaal vals plat, maar het lopen gaat wel weer iets makkelijker. Ik ben al ruim 3 uur onderweg en ik besef dat ik mijn, als doel gestelde, eindtijd van viereneenhalf uur niet ga halen. Maar wat ik me ook besef is dat ik in ieder geval de race hoe dan ook uit ga lopen, want ik ben eigenlijk nog best redelijk fit. Aan het einde van First Avenue komt de Willis Avenue Bridge over de Harlem River en steek je over naar ‘The Bronx’. Na ongeveer 2,5 km door de Bronx verlaat je de wijk weer via de Madison Avenue Bridge en kom je in Harlem, het noordelijke deel van Manhattan. Dan bijna 5 km over Fifth Avenue, we passeren het Guggenheim Museum en bij km 38 sla je rechts af en vanaf daar gaan de laatste kilometers door Central Park. Hier ook weer rijendik toeschouwers langs de kant, die je aanmoedigen en je de kracht geven om door te gaan. Als je het bord met de tekst: ‘ONE MILE TO GO’ ziet, krijg je op één of andere manier weer vleugels en is het warempel nog mogelijk de pas een beetje te versnellen. Trouwens, die vleugels heb je ook wel nodig, want even later gaat de weg weer omhoog en is het een behoorlijke klim naar de finish, die dan ook opeens in zicht komt. En dan… loop je over die finish, van allerlei gedachten tollen door je hoofd, je ziet mensen in huilen uitbarsten, verwrongen gezichten van pijn en vermoeidheid, lachende gezichten, mensen die zich omarmen en dan komt ook bij mij het besef dat ik zojuist de marathon van NY heb uitgelopen en ook ik hou het even niet droog. Mijn tijd: 4.48.25. Ik ben nog geen 5 minuten over de finishlijn als mijn telefoon gaat, het is Cees van den Engel, één van mijn trainers, die me feliciteert en ook helemaal trots is. Mijn telefoon blijft piepen en de sms’jes van mijn loopmaatjes stromen binnen, iedereen heeft zo waanzinnig met elkaar meegeleefd. Net over de finish krijg ik een medaille omgehangen en weer even later wordt ik gegrepen door een fotografe en wordt er een foto gemaakt met m’n medaille om. Iedereen krijgt een foliedeken tegen de kou, een goodie bag en dan gaat het op weg naar de bagage trucks om je kleding op te halen. De mensenmassa schuifelt voort en het duurt bijna drie kwartier voordat ik eindelijk m’n kledingzak heb en warme kleren aan kan trekken. En dan moet ik nog zien dat ik Central Park uitkom om een taxi te nemen naar het Plaza Hotel, waar Lisa op me zit te wachten. Alle straten westelijk van Central Park waren afgezet en ik heb wel een half uur gelopen voordat ik ergens kwam waar weer verkeer toegelaten was. Op zich was dit niet zo heel erg, want het wandelen maakte het rekken en strekken overbodig. Maar ja, ik was niet de enige die op zoek was naar een taxi en na veel vergeefse pogingen heb ik tenslotte een fietstaxi genomen. Lisa stond al buiten en met behulp van een aardige New Yorkse politie agent, hebben we daar redelijk snel een taxi bemachtigd en konden we naar ‘ons’ appartement. We waren uitgenodigd door m’n achternichtje voor een borrel in het Radisson Hotel. We hebben snel gedoucht en omgekleed en toen op naar mijn eerste wijntje sinds vier maanden. Eén ding is zeker, nog nooit heeft een glas wijn zo goed gesmaakt! Inmiddels ben ik al weer een paar maanden thuis en nog steeds is alles een beetje onwerkelijk als ik er aan terug denk. De maanden januari en februari heb ik rustig aan gedaan, mijn lichaam was toch nog behoorlijk moe en het hele avontuur is me niet in de koude kleren gaan zitten. Ik ben nu weer bezig met de clinic voor de halve marathon van Zwolle, je hebt tenslotte weer een doel nodig en enige structuur in de training… Of ik ooit nog eens een marathon ga lopen weet ik niet, maar zeg nooit ’nooit’! The miracle isn't that I finished. The miracle is that I had the courage to start." Those who think they have no time for bodily exercise will sooner or later have to find time for illness." -Edward Stanley Laaste wijziging: 02-05-2010 14:30
Reacties gebruikers' (0)
|
|
|